|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Home | |
| Voedingsstoffen | |
| Ziekte | |
| Algemeen |
| 'Nederlanders eten ongezond.' Bron: Kennislink |
|
|
„Twintigduizend doden jaarlijks en twee jaar korter leven door ongezonde voeding?. Met deze kop vestigt het RIVM de aandacht op het vandaag verschenen rapport „Ons eten gemeten?. Nederland wordt steeds ongezonder door slecht eetgedrag en daar moet snel wat aan gedaan worden is de boodschap van het rapport. We eten met zijn allen té veel en niet gevarieerd genoeg. Te weinig groente, fruit en vis en teveel hoge calorie maaltijden en snacks met daarin de beruchte verzadigde vetten vormen onze dagelijkse kost. Daar bovenop bewegen we ook nog eens te weinig. Zodoende worden we met zijn allen steeds dikker. Tien procent van de volwassen Nederlanders heeft ernstig overgewicht (obesitas). Dat is in 25 jaar tijd een verdubbeling. De komende twintig jaar stijgt dat percentage naar verwachting tot 15 procent. Bij kinderen is een soortgelijke stijging te zien. Te dikke kinderen vormen een nog groter probleem voor de volksgezondheid omdat zij dit overgewicht hun hele leven met zich meedragen. Hierdoor lopen zij ook een veel grotere kans op het krijgen van hart- en vaatziekten en diabetes. Als we zo door gaan met ongezond eten dan daalt de levensverwachting met twee jaar. Tegenwoordig is de keuze reuze. Je kunt wel uit tien verschillende soorten chips kiezen. Dat maakt de verleiding groter om een zakkie te kopen. Het gekke is dat deze verontrustende conclusies tegenover positieve geluiden staan als het over voedselveiligheid gaat. Dankzij strenge voedselcontroles op hygiëne en chemische samenstelling, is ons eten de afgelopen 20 jaar veel veiliger geworden. Dioxine in de melk en Salmonella vergiftigingen komen dan ook steeds minder vaak voor. Veel gezondheidswinst valt er daarom niet te halen in het nog veiliger maken van ons voedsel. Volgens het rapport moeten we ons eetgedrag drastisch gaan veranderen. De consument moet daarbij een handje worden geholpen. Hoe krijgen we Nederland gezond? Het rapport benadrukt dat een integrale aanpak nodig is om Nederlanders weer gezond te krijgen. Gezamenlijk moeten overheid, consument en het bedrijfsleven de handen ineen slaan om er voor te zorgen dat we weer gezond gaan eten. Met name het bedrijfsleven speelt hierin een cruciale rol. Fabrikanten en supermarkten moeten het aanbod van ongezond voedsel veel kleiner maken. Ook moet er veel minder reclame komen voor de “slechte” producten. Het rapport noemt vooral de reclames die gericht zijn op kinderen. Ook prijsverlagingen van gezonde producten als groente, fruit en vis moeten de consument verleiden om gezonder te gaan eten. „Dus Albert Heijn: geen Pringles meer in de bonus maar in plaats daarvan twee netjes sinaasappels halen, één betalen.? Goede voorlichting is ook belangrijk want veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat het teveel eten van vitaminen gezondheidsrisico?s met zich meebrengt. Sterker nog, we denken dat we lekker gezond bezig zijn als we een multivitaminebruistabletje wegspoelen met een Hero fruitontbijtje. De fabrikanten van functional foods zoals Vitalinea of Yacult varen er wel bij en dat terwijl er nauwelijks wetenschappelijk bewijs is dat dergelijk eten en drinken goed zijn voor de gezondheid. Wie goed en gevarieerd eet heeft de voedingssupplementen en functional foods echt niet nodig. Een goed voorgelichte en ingelichte consument is daarom een must. Daar is een rol voor de overheid weggelegd. Wie weet staat er binnenkort op zakken chips: “het schransen van chips is dodelijk”. Net als bij op pakjes sigaretten. Want het gezondheidsverlies door roken is te vergelijken met de gevolgen van ons ongezonde eetgedrag. Of wat te denken van accijns op snoepautomaten zodat scholen overgaan op fruitautomaten. En een abonnementje op de sportschool moet gesubsidieerd worden. Kortom er is werk aan de winkel. Met zijn allen kunnen we het tij keren. Zie ook: * ‘Ons eten gemeten’ – rapport van het RIVM * Opmars van het overgewicht (Kennislinkartikel uit Natuurwetenschap & Techniek) * Lekker eten zonder vet (Kennislinkartikel uit Natuurwetenschap & Techniek) * Soep wordt niet zo heet gegeten (Kennislinkartikel) Auteur Tycho Malmberg Gepubliceerd door Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) Publicatiedatum woensdag, 1 september 2004 10 april 2009 Dit is een nieuwsbericht van Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Soep wordt niet zo heet gegeten Een tweede nuancering is dat het aantal van twintigduizend doden per jaar met bijna een derde vermindert als je rekening houdt met het feit dat mensen niet meteen doodgaan als de diagnose suikerziekte of hart- en vaatziekte wordt gesteld. Geen 20.000 maar 14.000 per jaar. Desgevraagd zegt prof. dr. ir. Daan Kromhout, een van de opstellers van het rapport, dat de laatste schatting een reëler beeld geeft van de werkelijkheid. Hij geeft daarom de gevolgen voor de gezondheid liever aan in het aantal gederfde levensjaren. Dat zijn er gemiddeld over de hele bevolking 1,2 voor ongezonde voeding en 0,8 voor overgewicht. Ook bij die getallen zijn enkele kanttekeningen te maken. Het RIVM komt tot zijn schattingen op basis van zogeheten relatieve risico?s. Zeg maar, de kans dat iemand die teveel verkeerde (= verzadigde) vetzuren consumeert en te weinig groente, een hartaanval of een beroerte krijgt. Die relatieve risico?s zijn gebaseerd op onderzoek, waarbij grote groepen mensen worden gevolgd over een groot aantal jaren. Gekeken wordt wat en hoeveel ze eten en dat wordt vervolgens gerelateerd aan ziekte en doodsoorzaak. Zulke onderzoeken geven vaak krantenkoppen in de trant van „Te weinig fruit geeft twintig procent meer kans op een hartaanval?, maar onder statistici wordt de soep meestal wat minder heet gegeten. Het Nationaal Kanker Instituut van de VS stelde bijvoorbeeld dat een kans van minder dan 100 procent verwaarloosbaar is wegens de rol van het toeval, de tekortkomingen van de statistische methoden en – vooral – vanwege het feit dat andere factoren een rol spelen. Erfelijkheid bijvoorbeeld of gebrek aan beweging. De relatieve risico?s waarop het RIVM zich baseert zijn bijna allemaal lager dan die 100 procent. Omdat het om grote aantallen mensen gaat, zijn ze niet verwaarloosbaar, maar echt spijkerhard zijn ze ook niet. Grote zorgen maken de onderzoekers zich ook over het groeiend aantal Nederlanders met overgewicht. De maat voor overgewicht is de ? Body Mass Index? (BMI), de uitkomst van het gewicht gedeeld door het kwadraat van de lengte. Een man van een lengte van 1,75 meter en een gewicht van 80 kilo heeft een BMI van 26. Het „ideale? gewicht komt overeen met een BMI tussen 18,5 en 25. Bij een BMI van meer dan 25 is sprake van overgewicht en bij meer dan 30 is sprake van ernstig overgewicht. De helft van de Nederlandse volwassenen heeft een BMI van 25 of meer, terwijl tien procent een BMI heeft van 30 of meer. Volgens de „realistische? schatting in het RIVM-onderzoek leidt overgewicht tot 4000 doden per jaar en een daling van de gemiddelde levensverwachting met negen maanden, met name vanwege ouderdomsdiabetes en hart- en vaatziekten. De relatie tussen overgewicht en gezondheid is echter een stuk ingewikkelder dan het rapport suggereert. Er blijkt bijvoorbeeld nauwelijks verband te bestaan tussen matig overgewicht (tot een BMI in de lage 30) en voortijdige sterfte. Zelfs bij mensen met ernstig overgewicht blijkt dat verband te verdwijnen als ze regelmatig bewegen, dat wil zeggen vijf keer per week een half uur stevig wandelen. In combinatie met een gevarieerd menu blijken hun vooruitzichten op een gezonde oude dag zelfs beter te zijn dan die van mensen met een „ideaal? gewicht, die weinig of niet bewegen. Vermoedelijk zijn zowel overgewicht als ouderdomsdiabetes beide het resultaat van een verstoring van de hormoonhuishouding. Niet alleen van insuline, maar ook van hormonen die het hongergevoel beïnvloeden, zoals leptine. Toch pleiten de onderzoekers van het RIVM voor een verlaging van de gemiddelde BMI met 1 punt, hetgeen overeenkomt met drie kilo afvallen. De afgelopen vijftig jaar hebben echter laten zien dat pogingen om af te vallen niet of nauwelijks effect hebben. Sterker nog, 90 procent van de afvallers is binnen een jaar weer op het oude gewicht. „Jojo-en? blijkt bovendien meer risico op te leveren dan een constant gewicht, ook al is dat te hoog. Al met al lijkt er weinig aanleiding om te veronderstellen dat de Nederlanders zich smoren in hun eigen vet. Tegenover een negatieve ontwikkeling, zoals de geringe consumptie van groenten en fruit onder jongeren, staan ook positieve ontwikkelingen. Het aanbod van „light? producten heeft er toe geleid dat de hoeveelheid verzadigd vet in de voeding met enkele procenten is verminderd. De hoeveelheid transvet is zelfs drastisch gedaald. Overgewicht is een probleem, maar, zo laten de cijfers zien, nog geen catastrofe. Ingrijpen in de fysieke en sociale omgeving door het aanbod aan voedingsmiddelen te beperken, biedt echter evenmin een oplossing als het advies om drie kilo af te vallen. Daarvoor is de relatie tussen overgewicht en gezondheid te ingewikkeld. |