vacatures
Informatie
avonden
Contact
Nieuws
  Home
  Voedingsstoffen
  Ziekte
  Algemeen
  .
'Vitamine C hergebruikt.'
14-07-08

Op 20 mei 1747 begon scheepsarts James Lind uit Edinburgh aan wat het eerste gecontroleerde experiment in de geschiedenis van de geneeskunde zou worden.

Scheurbuik was in die tijd een gevreesde, epidemische ziekte, die vooral onder zeelieden en soldaten slachtoffers maakte.

atiënten werden lusteloos en beroerd, hun tanden vielen uit en tenslotte stierven ze aan inwendige bloedingen. Artsen stonden machteloos. De meesten dachten dat het besmettelijk was, zoals de pest. Dokter Lind had gelezen dat een zekere Gilbertus van Aguilla al in 1227 adviseerde om groenten en fruit in te zetten bij scheurbuik. Dit werd door de medische stand afgedaan als bakerpraat. Maar de koppige Lind wilde bewijs. Waarom zou die Van Aquilla dat hebben gezegd? Hij deelde twaalf mannen met gevorderde scheurbuik op in zes groepjes van twee. Alle twaalf kregen hetzelfde zeemansdieet, maar ieder duo kreeg gedurende het onderzoek één van de volgende supplementen: appelsap, rozenwater (een geurwatertje), azijn, kruidenthee, zeewater of citrusfruit.

Het resultaat was spectaculair. De twee mannen die dagelijks twee sinaasappels en een citroen aten, waren binnen zes dagen volledig genezen. Bij de mannen die appelsap dronken, was een lichte verbetering zichtbaar, terwijl de acht anderen gestaag verslechterden en dreigden te sterven. Toen zij uiteindelijk ook citrusfruit kregen, genazen ook zij.

Lind concludeerde hieruit dat er iets in citrusfruit zit dat in staat is scheurbuik te genezen en waarschijnlijk te voorkomen. Ondanks Linds onderzoek negeerden collega-artsen de resultaten. Zijn aanbeveling aan de Britse admiraliteit om citrusvruchten uit te delen op lange zeereizen, werd pas 48 jaar later, een jaar na Linds dood, opgevolgd. Dit nadat kapitein Cook, die wel naar Lind had geluisterd en citrusvruchten bunkerde, nooit meer zieken aan boord had. Het zou nog tot 1928 duren voor dat 'iets' in citrusfruit werd geïsoleerd: ascorbinezuur, wat letterlijk antischeurbuikzuur betekent. Al snel werd duidelijk dat de mens één van de weinige zoogdieren is die zelf geen ascorbinezuur kan maken.

Zo'n veertig miljoen jaar geleden verloren mensen, de meeste apen, cavia's en een zeldzame vleermuissoort het enzym gulonolactone oxidase. Dat is de laatste schakel in de omzetting van glucose (bloedsuiker) in vitamine C. Het gen voor het enzym zit er nog, maar het is defect. Niemand weet waarom we een zo belangrijke functie - vitamine C is noodzakelijk voor meer dan driehonderd vitale processen - verloren. De meeste wetenschappers nemen aan dat we gedurende ons verleden in het oerwoud zoveel vitamine C binnenkregen dat we het vermogen konden missen.

Feit is dat wij mensen het spul op gezette tijden met de voeding tot ons moeten nemen om gezond te blijven. De vraag die de gemoederen al ruim zestig jaar verhit, luidt: hoeveel? Honderd milligram per dag is ruim voldoende, zegt het Voedingscentrum. Met een kiwi per dag ben je er. Scheurbuik treedt pas op als mensen weken lang volstrekt verstoken blijven van vitamine C, terwijl een milligram of tien per dag voldoende is om de aandoening uiteindelijk te genezen. Bovendien ontwikkelden traditioneel levende eskimo's, die dagelijks slechts luttele milligrammen vitamine C kregen, nooit scheurbuik. Linus Pauling, één van de grootste scheikundigen die de vorige eeuw heeft voortgebracht, was er niettemin van overtuigd dat we ten minste drie gram (3000 milligram) per dag nodig hebben, de hoeveelheid die we zelf zouden aanmaken als de benodigde machinerie nog intact zou zijn. Hij noemde de gebruikelijke Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid van 60 tot 200 milligram 'in strijd met de logica en funest voor de volksgezondheid'. Pauling dacht op plausibele gronden dat uiteenlopende aandoeningen als hart- en vaatziekten, kanker en zelfs verkoudheid voortkwamen uit een sluimerend gebrek aan vitamine C. Dat juist de eskimo's extreem gezond waren en zelfs niet wisten wat verkoudheid was, moet ook voor Pauling een raadsel zijn geweest. Recent onderzoek doet vermoeden dat Pauling, hoe briljant hij ook was en hoe notoir arrogant de geneeskundige professie doorgaans ook omspringt met plausibele hypotheses, waarschijnlijk iets over het hoofd heeft gezien. We blijken inderdaad genoeg te hebben aan die miezerige 20 milligram per dag. Het kan Pauling nauwelijks worden aangerekend. Onderzoekers uit Frankrijk, Zwitserland en Amerika toonden met behulp van geavanceerde biotechnologie aan dat wij een eiwit in onze rode bloedcellen benutten om het ascorbinezuur dat onze voeding levert te recyclen. Dit eiwit, Glut1, bindt bij vitamine C producerende zoogdieren aan zowel glucose als aan dehydroascorbinezuur (DHA), zeg maar afgewerkte vitamine C.

Bij vitamine C-defecte soorten als de mens wordt Glut1 echter vrijwel uitsluitend gebruikt om DHA te binden en er weer bruikbare vitamine C van te maken. ,,De evolutie is adembenemend slim,'' zegt doctor Naomi Taylor van het Institut de Génétique Moléculaire de Montpellier in Frankrijk. ,,Door handig gebruik te maken van een functie van één van onze belangrijkste cellen wordt dit anders dodelijke gebrek gecompenseerd.'' Volgens de onderzoekers is hiermee zo goed als bewezen dat het slikken van hoge doses vitamine C zinloos is, behalve mogelijk bij mensen bij wie Glut1 niet goed werkt, zoals sommige diabeten. Biochemicus Steve Hickey, auteur van het boek De wetenschap van vitamine C en uitgesproken pleitbezorger van het idee dat het slikken van extra vitamine C wel nuttig is, geeft zich echter niet gewonnen. ,,Epidemiologische studies blijven hardnekkig suggereren dat mensen met veel vitamine C in hun bloed veel minder last hebben van een heel spectrum aan kwalen en langer leven,'' stelt hij. ,,En die concentratie is wel degelijk afhankelijk van de hoeveelheid vitamine C die je consumeert. Tot het absolute tegendeel is bewezen, zeg ik: meer is beter.''